Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:565.
Uitgangspunt in het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is dat vonnissen van rechtswege werken. Dit brengt in de eerste plaats mee dat de verplichting tot voldoening aan een veroordeling ingaat op het tijdstip van het uitspreken van het vonnis. De rechter kan evenwel in het dictum bepalen dat de verplichting om aan een bevel of verbod te voldoen op een later tijdstip ingaat. Gedurende deze termijn is dan van niet of niet tijdige nakoming van de hoofdveroordeling geen sprake. In een dergelijk geval wordt door de rechter aan de schuldenaar een zogenoemde uitvoeringstermijn verleend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8445f1a46543f3896627185d3c601bc0d1d3e71e0b3f56f6499fdfc34f6b2297. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8445f1a46543f3896627185d3c601bc0d1d3e71e0b3f56f6499fdfc34f6b2297, en de alinea staat in dat document op bytes 24801 tot 25597.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8445f1a46543f3896627185d3c601bc0d1d3e71e0b3f56f6499fdfc34f6b2297 | shasum -a 256