Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2020

Onder 2.39 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:593.

In rov. 12.1 heeft het hof, onder verwijzing naar het verzoekschrift en de pleitnota van het OM in eerste aanleg, overwogen dat het verzoek van het OM onmiskenbaar dus ook betrekking had op de verschillende chapters, wat tevens laat zien dat het hof dus heeft onderzocht of dat verzoek ook daarop betrekking had. Die aan het hof voorbehouden uitleg van de gedingstukken is feitelijk en niet onbegrijpelijk in het licht van de door het hof gegeven motivering (als weergegeven onder 2.38), waaruit onder meer blijkt dat het verzoek van het OM ziet op Satudarah als informele vereniging “met alle eronder vallende chapters en de supportclubs” (de chapters zijn “onlosmakelijk onderdeel van het overkoepelende Satudarah MC”), strokend met de erkenning door Satudarah in de pleitnota in hoger beroep (als geciteerd onder 2.34) dat “het openbaar ministerie in het verzoekschrift heeft gesteld (…) dat de afzonderlijke chapters onzelfstandige onderdelen van Satudarah zijn”. Dit wordt niet anders door hetgeen de klacht aanvoert onder verwijzing naar de stelling op p. 2 van die pleitnota van Satudarah in hoger beroep als weergegeven onder 2.32, waarop het hof ook respondeert met rov. 12.1. Het daar aangevoerde ziet eraan voorbij dat er geen gehoudenheid was voor het hof tot een nadere motivering dan reeds gegeven in rov. 12.1 ter beantwoording van de daar voorliggende kernvraag (dus of het verzoek van het OM ook betrekking had op de verschillende chapters), omdat door het OM niet nog specifieker dan gedaan is verzocht om verbodenverklaring en ontbinding ook van die chapters (zoals in wezen door Satudarah met die stelling op p. 2 van die pleitnota ten grondslag gelegd aan haar ontkennende beantwoording van die vraag). Dit wordt evenmin anders door hetgeen de klacht aanvoert onder verwijzing naar de stelling op p. 4 van die pleitnota van Satudarah in hoger beroep als weergegeven onder 2.32, wat kennelijk betrekking heeft op hetgeen het hof overweegt in rov. 12.2-12.3 (niet op rov. 12.1), waarmee het hof, indirect, ook respondeert op die stelling. Daartoe wend ik mij nu.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e98306a7dbaf8b7598e0f1323af4d81f0f2a674ca3116e6ad045e56ecaaade6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e98306a7dbaf8b7598e0f1323af4d81f0f2a674ca3116e6ad045e56ecaaade6, en de alinea staat in dat document op bytes 229196 tot 231368.