Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2020

Onder 3.37 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:599.

Dat het hof [eiseres 1] en de Stichting zou vereenzelvigen met de failliet (s.t. onder 3.14), berust op een onjuiste lezing van het arrest. De passage waarnaar wordt verwezen, namelijk “ het betoog van curatoren over de tegenwerking die zij hebben ervaren bij hun werkzaamheden in het faillissement en over het ontbreken van toereikende antwoorden op wezenlijke vragen wat betreft het inkomen en bezittingen van de failliet’ (rov. 3.7.8), ziet op een stelling van de curatoren en behelst geen zelfstandig oordeel van het hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79bd9b0061e357662c01953df17157520a613bf3a03b4d3a968bc59c3ac896f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79bd9b0061e357662c01953df17157520a613bf3a03b4d3a968bc59c3ac896f4, en de alinea staat in dat document op bytes 59135 tot 59712.