Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020

Onder 5.2.2. Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:6.

Het hof merkt nog op dat de tenlastegelegde oplichtingsmiddelen g), i), j) en k), geen mededelingen bevatten over hoe het in het heden ging met of over wat er in het verleden is gerealiseerd door de verdachte [medeverdachte 1] en [A] , maar slechts (onzekere) toekomstverwachtingen bevatten. Met de deskundigen is het hof van oordeel de verdachte [medeverdachte 1] en [A] er met de loop van jaren steeds slechter voor kwamen te staan. Het hof acht echter niet bewezen dat de toekomstverwachtingen van de verdachte [medeverdachte 1] , hoewel zeer onwaarschijnlijk, in het geheel niet meer haalbaar waren en betrekt daarbij nadrukkelijk de opstartfase waarin de verdachte [medeverdachte 1] zich (nog steeds) bevond en de over 2007, ondanks de achterblijvende resultaten en oplopende aanloopverliezen, nog sterk stijgende stroom inleggelden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49fcb7c4c06b7116f7914e721b308ba5cdbfc9499ee40a6664d6eddc8411cd21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49fcb7c4c06b7116f7914e721b308ba5cdbfc9499ee40a6664d6eddc8411cd21, en de alinea staat in dat document op bytes 51055 tot 51907.