Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020

Onder 5.8. Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:6.

De beleggers hebben blijkens het arrest en de aanvulling op het arrest zowel koopovereenkomsten gesloten ter verkrijging van gebruiksrechten van appartementen, alsmede huurovereenkomsten met [A] teneinde die gebruiksrechten te doen verhuren aan één van de volgens de brochure “samenwerkende reisorganisaties”. Het hof neemt tot uitgangspunt dat hem alleen de initiële verhuurovereenkomsten, afgesloten voor het eerste jaar, ter beoordeling lagen en niet de stilzwijgende verlengingen daarvan. De vraag is dus deze overweging tot de conclusie zou kunnen leiden dat het hof gelet op de bovengenoemde maatstaf van een te beperkte lezing van de tenlastelegging is uitgegaan. Ik meen van niet. In de tenlastelegging is immers een tijdsaanduiding opgenomen volgens de volgende formule: een (of meer) (koop)overeenkomst(en) met datum [dag/maand/jaar], althans met een datum in [jaar]. Die tijdsaanduiding sluit de door het hof gekozen uitleg niet uit. Dit in aanmerking nemende meen ik dat het hof de tenlastelegging niet heeft uitgelegd in strijd met de bewoordingen daarvan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49fcb7c4c06b7116f7914e721b308ba5cdbfc9499ee40a6664d6eddc8411cd21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49fcb7c4c06b7116f7914e721b308ba5cdbfc9499ee40a6664d6eddc8411cd21, en de alinea staat in dat document op bytes 74945 tot 76034.