Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020
Onder 6.7. Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:6.
Het onder 4 ten laste gelegde eerste deelfeit dat betrekking heeft op de periode van 19 maart 2003 tot 1 juli 2005 is toegesneden op art. 3 lid 1 Wet toezicht effectenverkeer 1995, zoals hierboven weergegeven. Het onder 4 ten laste gelegde tweede deelfeit is eveneens toegesneden op art. 3 lid 1 Wet toezicht effectenverkeer 1995, maar dan op de tekst zoals die gold van 1 juli 2005 tot 1 januari 2007. Per 1 januari 2007 is de Wet toezicht effectenverkeer 1995 ingetrokken en de Wet op het financieel toezicht in werking getreden. Het derde deel (1 januari 2007 tot en met 12 mei 2009) van het onder 4 ten laste gelegde heeft betrekking op ‘beleggingsobjecten’ in plaats van ‘effecten’ omdat de producten, blijkens de uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, met invoering van de Wft per 1 januari 2007 niet meer als effecten worden gekwalificeerd, maar als beleggingsobjecten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49fcb7c4c06b7116f7914e721b308ba5cdbfc9499ee40a6664d6eddc8411cd21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49fcb7c4c06b7116f7914e721b308ba5cdbfc9499ee40a6664d6eddc8411cd21, en de alinea staat in dat document op bytes 99170 tot 100217.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49fcb7c4c06b7116f7914e721b308ba5cdbfc9499ee40a6664d6eddc8411cd21 | shasum -a 256