Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020

Onder 8.1. Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:6.

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM is overschreden, omdat de stukken van het geding te laat door het hof zijn ingezonden. Namens de verdachte is op 10 mei 2017 beroep in cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn blijkens een daarop gezette stempel op 19 juni 2018 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Dit betekent dat de inzendtermijn, die acht maanden bedraagt, met ruim vijf maanden is overschreden. Een voortvarende behandeling die de overschrijding van de inzendtermijn zou kunnen compenseren, behoort niet meer tot de mogelijkheden. Indien de Hoge Raad met mij van oordeel is dat de bestreden uitspraak van het hof dient te worden vernietigd en de zaak dient te worden teruggewezen naar het hof in verband met de strafoplegging, kan ook deze deelklacht onbesproken blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49fcb7c4c06b7116f7914e721b308ba5cdbfc9499ee40a6664d6eddc8411cd21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49fcb7c4c06b7116f7914e721b308ba5cdbfc9499ee40a6664d6eddc8411cd21, en de alinea staat in dat document op bytes 104942 tot 105790.