Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020

Onder 3.1.4. Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:6.

Het hof stelt voorop dat de activiteiten van de verdachte [medeverdachte 1] in verband moet worden gezien met de activiteiten van [A] , ook in de perioden dat de bestuurstaken van [A] niet werden uitgeoefend door de verdachte [verdachte] . Immers, de activiteiten en bedrijfsvoering van de verdachte [medeverdachte 1] staan in directe relatie tot en in onderling verband met de activiteiten en bedrijfsvoering van [A] . Door de beleggers werd dit ook zo gezien en ervaren, de financiële produkten ‘ […] ’ en ‘ […] ’ werden ook als zodanig aan de potentiële beleggers aangeboden. Zij zijn overgegaan (met uitzondering van één belegger) tot het bij de verdachte [medeverdachte 1] verwerven van gebruiksrechten in appartementen teneinde deze rechten vervolgens door tussenkomst van [A] weer ter beschikking te stellen van (professionele) huurders als [betrokkene 20] en dergelijke. Het oogmerk van de beleggers, en dat is hen ook steeds voorgehouden, was om (via [A] ) rendement te behalen op hun (bij de verdachte [medeverdachte 1] verworven) gebruiksrechten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49fcb7c4c06b7116f7914e721b308ba5cdbfc9499ee40a6664d6eddc8411cd21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49fcb7c4c06b7116f7914e721b308ba5cdbfc9499ee40a6664d6eddc8411cd21, en de alinea staat in dat document op bytes 27776 tot 28862.