Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:607.

Bestaat er bij alle verschillen, ook relevante overeenstemming? Ik begin met het arrest Parkeergarage Zandvoort. Uw Raad heeft de regel dat de termijn begint te lopen zodra de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt, is opgehouden te bestaan, geformuleerd voor ‘een geval als dit’ (vijfde volzin van rechtsoverweging 3.5.2), zodat – in ieder geval op het eerste gezicht – het bereik van de nieuwe regel beperkt is. Naar aanleiding van het arrest is door Stein en Smeehuijzen echter opgemerkt dat de voor de regel gebezigde argumentatie (onzekerheid over het aanvangsmoment van de verjaring, wat zich niet goed verhoudt met de rechtszekerheid die met de lange verjaringstermijn wordt beoogd) voor alle gevallen van voortdurende onrechtmatige daden respectievelijk van voortdurende schadeveroorzakende gebeurtenissen opgaat. Zij menen daarom dat de nieuwe regel al die gevallen bestrijkt, althans behoort te bestrijken. In andere zin hebben Berends en Den Hollander zich uitgelaten; zij beperken het toepassingsgebied van de nieuwe regel tot het specifieke gevalstype van de Zandvoortse zaak. Er bestaat dus onduidelijkheid over de reikwijdte van de regel van Parkeergarage Zandvoort . Mijns inziens kan intussen niet worden gezegd dat de vrouw met haar standpunt Stein en Smeehuijzen aan haar kant heeft, in ieder geval niet zonder meer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85, en de alinea staat in dat document op bytes 27836 tot 29461.