Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:607.

De lange verjaringstermijn staat in de sleutel van de rechtszekerheid. Smeehuijzen onderscheidt in dit verband mijns inziens alleszins juist twee aspecten: (1) door het verloren gaan van bewijsmateriaal is het bezwaarlijk om over meer dan twintig jaar oude feiten in rechte debat te moeten voeren; (2) het honoreren van een aanspraak gegrond op feiten van meerdere decennia oud zou een sterke inbreuk zijn op de individuele rechtszekerheid van de schuldenaar, die met een dergelijke vordering doorgaans in het geheel geen rekening meer zal hebben gehouden. Ik borduur hierop nog wat voort. Niet alleen maakt het ervaringsgegeven dat door verloop van de tijd bewijsmateriaal verloren gaat, deel uit van de ratio voor de lange verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW, het werkt ook nog anders. Het bestaan van de termijn van twintig jaar bevórdert het verlies van bewijsmateriaal: omdat men veilig meent te zijn voor aanspraken, wordt bewijsmateriaal na afloop van die termijn vernietigd. Dit betekent dat met een nieuwe uitleg van verjaringstermijnen, indien deze ertoe zou leiden dat verjaring langer uitblijft dan eerder verwacht, in feite een nieuwe, ernstige inbreuk op de rechtszekerheid wordt gemaakt. Verder merk ik op dat het verlies van bewijsmateriaal in verband met verloop van tijd de aangesproken partij niet alleen dreigt te benadelen in de procedure waarin zij wordt aangesproken, maar ook in een vrijwaringsgeding tegen derden. Ook in dat geding zal de aangesproken partij kunnen ondervinden dat door het verloop van de tijd bewijs of tegenbewijs onmogelijk is geworden. Ik merk nog op dat bij de rechtszekerheid die verjaringstermijnen beogen te dienen, slecht past om in individuele gevallen te nuanceren op grond van een inschatting van de kans dat daadwerkelijk relevant bewijsmateriaal verloren is gegaan en/of van een waardering van de ernst van de inbreuk op de individuele rechtszekerheid in concreto. Een andere opvatting leidt ertoe dat tóch een inhoudelijk debat nodig wordt over decennia oude feiten. Bovendien is uitstraling naar andere gevallen onvermijdelijk: nuanceren in individuele gevallen maakt in volgende gevallen schuldenaren onzeker.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85, en de alinea staat in dat document op bytes 32542 tot 34830.