Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:607.

Mijns inziens pleit de ratio van de lange verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW aldus krachtig voor de duiding door het hof van de nalatigheid van de notaris als een eenmalige gebeurtenis. Het debat daarover is na twintig jaar lastiger door het verlies van bewijsmateriaal en in ieder geval zou het honoreren van de aanspraak van de vrouw een sterke inbreuk betekenen op de individuele rechtszekerheid van de notaris (en daarvan afgeleid, van diens verzekeraar). Ook past mijns inziens grote terughoudendheid met een nieuwe uitleg van het aanvangstijdstip van de verjaringstermijn, zoals door de vrouw bepleit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85, en de alinea staat in dat document op bytes 34894 tot 35522.