Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Onder 3.17 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:607.
Mijns inziens past de duiding door het hof van de nalatigheid van de notaris als een eenmalige gebeurtenis ook bij het karakter van de overeenkomst van opdracht zoals die tussen enerzijds de vrouw en de man en anderzijds de notaris heeft bestaan. Die opdracht verplichtte niet tot werkzaamheden die herhaaldelijk en periodiek nodig zijn, zoals het bijhouden van een administratie of het beheren van een vermogen, maar tot het bereiken van een bepaald resultaat. Het betrof dus een ‘doelopdracht’. De bedoeling van partijen was dat de opdracht zou eindigen nadat de voor het doel noodzakelijke handelingen zouden zijn verricht. Het is daarom alleszins gepast dat het hof de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt in de zin van art. 3:310 lid 1 BW heeft gerelateerd aan het moment waarop de notaris uiterlijk de inschrijving van de akte van huwelijkse voorwaarden in het huwelijksgoederenregister diende te bewerkstelligen. Het hof heeft dat moment gesteld op zes weken na het verlijden van de akte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85, en de alinea staat in dat document op bytes 37479 tot 38566.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85 | shasum -a 256