Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:607.
Waar is dat de vrouw, uitgaande van de beslissing van het hof, evenmin effectieve rechtsbescherming geniet, omdat zij immers alleszins begrijpelijk de nalatigheid van de notaris eerst na afloop van de verjaringstermijn heeft opgemerkt. Dat is echter het gevolg van de keuze van de wetgever om de lange verjaringstermijn niet afhankelijk te stellen van de feitelijke mogelijkheid om een rechtsvordering in te stellen. De scherpste kantjes van die keuze kunnen met toepassing van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid worden weggenomen. Let wel: alleen de scherpste kantjes, meer past bij de ratio van verjaringstermijnen niet (hiervoor 3.14). Voor in ieder geval fouten van notarissen en andere opdrachtnemers die bestaan in de schending van een verplichting om niet te doen, is dat het stelsel waarmee we het moeten doen. Er bestaat geen goede reden om een ander stelsel te aanvaarden voor fouten die bestaan in een verplichting om te doen (hiervoor 3.14-3.17).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85, en de alinea staat in dat document op bytes 40532 tot 41522.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85 | shasum -a 256