Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Onder 3.22 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:607.
Welnu, de rechtsvordering tot herstel van de nalatigheid van de notaris is niet reeds na vijf jaar verjaard, zomin als die tot schadevergoeding, omdat de vrouw eerst zeer laat met de tekortkoming is bekend geworden. Maar die rechtsvordering is wel verjaard twintig jaar nadat de tekortkoming is ontstaan, dus twintig jaar na 1992. Het past slecht in het wettelijk stelsel dat de rechtsvordering tot vergoeding van schade eerst op een veel later moment zou verjaren. Ook blijkt uit de regeling van art. 3:311 BW zonneklaar dat de wetgever in de omstandigheid dat een tekortkoming zich voor herstel leent, voor de daar geregelde verjaring geen reden heeft gezien om de aanvang van de verjaringstermijn op te houden. Als dat voor een rechtsvordering tot herstel van een tekortkoming geldt, is in verband met de samenhang binnen de verjaringsregeling alleszins aannemelijk dat dit ook geldt voor een rechtsvordering tot vergoeding van schade.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85, en de alinea staat in dat document op bytes 44124 tot 45075.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85 | shasum -a 256