Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:607.

Volgens de rechtsklacht onder Ia heeft het hof miskend dat er geen rechtsregel is die met zich brengt dat van de notaris na deze periode van zes weken niet meer zou kunnen worden gevergd om voor inschrijving zorg te dragen of te controleren of de akte van huwelijkse voorwaarden daadwerkelijk is ingeschreven, althans brengt geen rechtsregel met zich dat de notaris na afloop van die periode van die verplichting is ontheven. Op zichzelf is waar dat de tekortkoming van de notaris zich voor herstel leende, maar dit is geen grond om die tekortkoming op te vatten als een voortdurende gebeurtenis. Dit daargelaten of juist is dat voor alle voortdurende schadeveroorzakende gebeurtenissen geldt dat de lange verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW begint te lopen zodra de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt, is opgehouden te bestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85, en de alinea staat in dat document op bytes 45392 tot 46320.