Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Onder 3.28 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:607.
Onder IIa klaagt het onderdeel dat niet begrijpelijk is waarom niet valt vast te stellen of de notaris een fout heeft gemaakt en waarom het hof slechts van ‘een mogelijke fout’ is uitgegaan. De klacht berust op een onjuiste lezing van het arrest van het hof. Het hof heeft in rechtsoverweging 7 geoordeeld dat het de verantwoordelijkheid van de notaris was om te controleren of de inschrijving in het huwelijksgoederenregister daadwerkelijk had plaatsgevonden. Samen met de omstandigheid dat die inschrijving niet heeft plaatsgevonden, impliceert dit dat het hof ervan is uitgegaan dat aan de zijde van de notaris in ieder geval enigerlei fout is gemaakt. Wat het hof met de formulering ‘een mogelijke fout’ klaarblijkelijk bedoelt, is slechts dat niet vaststaat wat er is misgegaan. Het hof heeft in de beoordeling van het beroep van de vrouw op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid wel degelijk betrokken dat aan de zijde van de notaris enigerlei fout moet zijn gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85, en de alinea staat in dat document op bytes 50665 tot 51755.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85 | shasum -a 256