Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Onder 3.32 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:607.
‘8. In randnummer 4.12 stelt appellante dat de vordering is gestuit door een erkenning. Op grond van artikel 3:318 BW is de vordering van appellante door de erkenning van de notaris gestuit per 20 mei 2014. In randnummer 4.15 stelt appellante dat de door geïntimeerde, althans de directeur van het notariskantoor namens geïntimeerde, ingenomen houding, althans zijn gedragingen nadat appellante kennis nam van de fout van geïntimeerde, naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar zijn met het nadien inroepen van het verjaringsverweer. Geïntimeerde heeft zijn recht om een beroep te doen op een verjaringsverweer verwerkt.’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85, en de alinea staat in dat document op bytes 55205 tot 55870.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c810f3d33616259e6f195ffef0a852c90251de1518d1fa8acdde66ed54f47b85 | shasum -a 256