Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2020

Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:608.

Onderdeel 2 richt een motiveringsklacht tegen het oordeel van het hof dat artikel 13.3 van de Parkeerovereenkomst een bepaling van risicoverdeling betreft. Volgens de steller van het middel heeft het hof hiermee kennelijk bedoeld dat partijen met die contractsbepaling ook een regeling hebben willen treffen voor de verdeling van het risico dat de parkeergarage niet volledig zou worden benut en van daadwerkelijk lege abonnementsplekken. Er wordt over geklaagd dat dit oordeel niet zonder meer begrijpelijk is, gelet op de tekst van de Parkeerovereenkomst waaraan bij de uitleg groot gewicht toekomt, en de stellingen van Q-Park die erop neerkomen dat de beschikbaarheidsvergoeding alleen bedoeld is om te garanderen dat 124 parkeerplaatsen via abonnementen beschikbaar zijn voor huurders/gebruikers van het Viñoly-gebouw en om het afnamerisico bij de belegger neer te leggen. Partijen zouden derhalve enkel het afnamerisico van de abonnementen volledig bij de belegger hebben willen leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1920f258658e59389103ba5ead0ef3bddbc6554116530b99b7969b05b59131b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1920f258658e59389103ba5ead0ef3bddbc6554116530b99b7969b05b59131b6, en de alinea staat in dat document op bytes 40922 tot 42011.