Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2020

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:608.

Ook deze klacht faalt. Dat de tekst van de Parkeerovereenkomst volgens de klacht niets inhoudt over een verdeling van het risico dat de parkeergarage feitelijk niet volledig zou worden benut, noch over het risico van daadwerkelijk lege parkeerplaatsen, maakt het oordeel van het hof nog niet onbegrijpelijk. Het hof heeft zijn uitleg vooral gebaseerd op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen van een uitleg in de ene dan wel de andere zin. De aannemelijkheid van de rechtsgevolgen van een uitleg mag door de rechter steeds in aanmerking worden genomen, óók als bij uitleg aan de tekst van de overeenkomst groot gewicht toekomt. Uitleg met nadruk op de tekst is immers niet hetzelfde als grammaticale uitleg. (Zelfs) ook bij uitleg volgens de zogenaamde cao-norm, welke uitleg een objectief karakter draagt, kan acht worden geslagen ‘op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1920f258658e59389103ba5ead0ef3bddbc6554116530b99b7969b05b59131b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1920f258658e59389103ba5ead0ef3bddbc6554116530b99b7969b05b59131b6, en de alinea staat in dat document op bytes 42074 tot 43155.