Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2020
Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:608.
Eventueel valt als opmerkelijk te waarderen dat het hof niet heeft geoordeeld dat uitleg van artikel 13.3 van de Parkeerovereenkomst rechtstreeks meebrengt dat in dit geval geen aanspraak op de beschikbaarheidsvergoeding bestaat. Niet minder dan een zodanige uitleg lag mijns inziens voor de hand een oordeel volgens welke de Parkeerovereenkomst een leemte vertoont wat betreft het geval dat de exploitant van de parkeergarage het in artikel 13.3 voorziene aanbod niet aanvaardt maar de parkeerplaatsen tóch benut, en dat deze leemte met toepassing van de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid wordt aangevuld. De door het hof toegepaste constructie is echter niet onmogelijk en evenmin onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1920f258658e59389103ba5ead0ef3bddbc6554116530b99b7969b05b59131b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1920f258658e59389103ba5ead0ef3bddbc6554116530b99b7969b05b59131b6, en de alinea staat in dat document op bytes 49066 tot 49931.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1920f258658e59389103ba5ead0ef3bddbc6554116530b99b7969b05b59131b6 | shasum -a 256