Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2020

Onder 4.5 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:616.

In het nieuw in te voegen artikel 10a wordt de bestrijding van de zogenaamde hagelschadeconstructie in de BPM geregeld. Wanneer een gebruikte auto wordt ingevoerd, daaronder begrepen overbrenging vanuit een andere EU-lidstaat naar Nederland, wordt de vermindering van de te betalen belasting berekend aan de hand van de werkelijke waardedaling van de auto. Optioneel kan de belastingplichtige gebruik maken van een bij ministeriële regeling vastgestelde tabel. In die tabel wordt alleen de leeftijd van de auto in aanmerking genomen en geen andere waardeverminderende factoren. Bij de heffing van een auto waarvoor de BPM recent is teruggegeven ingevolge artikel 14a in verband met overbrenging naar een andere EU-lidstaat of een tot de EER behorende staat, wordt door middel van de onderhavige wijziging de tabel verplicht toegepast. Dit betreft auto's waarvan de registratie in Nederland of de ter beschikkingstelling vanuit een andere EU-lidstaat of EER-staat aan een inwoner van Nederland is beëindigd in de zes maanden voorafgaand aan de invoer. De heffing op gebruikte auto's bij invoer is erop ingericht een vergelijkbare belasting te heffen als die nog drukt op een vergelijkbare auto in het binnenland. De onderhavige maatregel leidt ertoe dat een bestaande scheefheid in deze verhouding wordt hersteld. Op de betreffende auto is immers juist de er nog op drukkende belasting teruggegeven. Dat dit bedrag vele malen hoger zou kunnen zijn dan het bedrag aan belasting dat bij wederinvoer wordt geheven is onwenselijk. De verplichte toepassing van de tabel is aan beperkingen gebonden. Omdat het doel is de specifieke constructie te bestrijden waar het oogmerk bestaat om de auto (al dan niet op papier) over te brengen naar een ander land en direct weer in te voeren wordt de maatregel beperkt tot gevallen waarin die opzet geacht kan worden aanwezig te zijn. Wanneer een auto binnen een half jaar wederom wordt ingevoerd en daarbij een flink belastingvoordeel optreedt, ligt het in de rede dat dit oogmerk aanwezig is. Het is te verwachten dat deze auto, wanneer dat belastingvoordeel er niet was, niet zou zijn overgebracht naar het andere land. Op deze verwachting zijn echter uitzonderingen denkbaar. Als de belastingplichtige aannemelijk maakt dat dit oogmerk in zijn geval ontbrak is heffing volgens de tabel niet verplicht. Dat aannemelijk maken kan onder andere gebeuren aan de hand van de historie van de schade, de tenaamstelling en het gebruik van het voertuig. Opgemerkt kan nog worden dat de forfaitaire tabel per 1 januari 2010 wordt aangepast voor zover dit wenselijk is in verband met een arrest van de Hoge Raad, zie hiervoor het algemene deel van deze memorie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73fcdb0156e49f4d299646b65ee0762980ae066b91a16c56cc6fb0d5fb16ee96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73fcdb0156e49f4d299646b65ee0762980ae066b91a16c56cc6fb0d5fb16ee96, en de alinea staat in dat document op bytes 52265 tot 54967.