Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2020
Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:616.
Ook dit kan worden geïllustreerd met een voorbeeld. Een vergelijkbare auto als in het vorige voorbeeld is in het buitenland voor het eerst in gebruik genomen en wordt op een later tijdstip naar Nederland overgebracht. Bij binnenkomst in Nederland is de auto één jaar, twee maanden en 24 dagen oud. Het zogenoemde bruto BPM-bedrag, zijnde de BPM zoals die verschuldigd zou zijn geweest als de auto nieuw en ongebruikt in Nederland zou zijn geregistreerd, bedraagt € 8000. Het belastingbedrag op het moment van registratie of aanvang weggebruik in Nederland, gevonden via de tabel van artikel 8, vijfde lid, bedraagt € 5040 (€ 8000 verminderd met 37% afschrijving volgens de jaartrede voor auto's van één tot twee jaar oud). Ook deze auto wordt uitgevoerd één jaar, vijf maanden en tien dagen na registratie of aanvang van het weggebruik in Nederland. De auto is dan twee jaar, acht maanden en vier dagen oud, maar de teruggaaf kan nu niet rechtstreeks worden berekend aan de hand van deze leeftijd, maar moet worden bepaald aan de hand van het aantal maanden dat is verstreken sinds registratie of aanvang van het weggebruik in Nederland. De teruggaaf wordt als volgt berekend: Voor de vaststelling van de vermindering met toepassing van de tabel, opgenomen in artikel 8d, eerste lid, zijn de volgende gegevens van belang: het belastingbedrag bij de eerdere registratie of aanvang weggebruik in Nederland, i.c. € 5040; het bruto BPM-bedrag, i.c. € 8000; de datum van registratie of aanvang weggebruik in Nederland; het aantal maanden dat geheel of gedeeltelijk is verstreken tussen registratie of aanvang weggebruik in Nederland en beëindiging registratie of weggebruik in Nederland, i.c. 18 maanden. De auto was bij binnenkomst in Nederland één jaar, twee maanden en 24 dagen oud. Volgens de tabel in artikel 8d geldt voor de eerste vier gebruiksmaanden in Nederland telkens een afschrijvingspercentage van 1,444% (trede van negen maanden tot één jaar en zes maanden). Voor de volgende twaalf maanden geldt een afschrijvingspercentage van telkens 0,833%. Ook voor de laatste twee maanden gelden telkens maandstappen van 0,833%. In totaal vindt dus een afschrijving plaats van (4x1,444%) + (12x0,833%) + (2x0,833%) = 17,44% van het zogenoemde bruto BPM-bedrag. De vermindering bedraagt dus 17,44% van € 8000 = € 1395. Dit bedrag, groot € 1395, wordt in mindering gebracht op de betaalde BPM, i.c. € 5040. De teruggaaf bedraagt dan € 5040 minus € 1395 = € 3645.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73fcdb0156e49f4d299646b65ee0762980ae066b91a16c56cc6fb0d5fb16ee96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73fcdb0156e49f4d299646b65ee0762980ae066b91a16c56cc6fb0d5fb16ee96, en de alinea staat in dat document op bytes 60877 tot 63386.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73fcdb0156e49f4d299646b65ee0762980ae066b91a16c56cc6fb0d5fb16ee96 | shasum -a 256