Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2020

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:616.

In hoeverre het daaruit voortvloeiende resultaat een eventuele schending van artikel 110 VWEU tot gevolg heeft, is naar mijn mening afhankelijk van de kenmerken en eigenschappen van een referentievoertuig en de daarbij feitelijk vastgestelde situatie dat daarop een lager bpm bedrag rust dan het in het onderhavige geval aan bpm te betalen bedrag. Over die zich voordoende feitelijke situatie is door belanghebbende ten overstaan van de feitenrechters niets gesteld of aannemelijk gemaakt. Over de feitelijke staat van de auto gedurende de afgelopen jaren is in deze procedure overigens in het geheel niets komen vast te staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73fcdb0156e49f4d299646b65ee0762980ae066b91a16c56cc6fb0d5fb16ee96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73fcdb0156e49f4d299646b65ee0762980ae066b91a16c56cc6fb0d5fb16ee96, en de alinea staat in dat document op bytes 39608 tot 40248.