Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2020

Alinea 201 Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:626.

11. Bij de beoordeling van deze klacht moet worden vooropgesteld dat op grond van art. 359, derde lid, Sv de beslissing dat een feit door de verdachte is begaan, moet steunen op de in de uitspraak weergegeven inhoud van de bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Indien de bewijsconstructie feiten en omstandigheden bevat die niet redengevend zijn voor de bewezenverklaring, hetgeen ook het geval is indien een bewijsmiddel strijdig is met de bewezenverklaring, dreigt cassatie. Dat kan anders zijn indien het niet-redengevende gedeelte van ondergeschikte betekenis is of is bedoeld als inleiding op een voor het overige wel redengevend bewijsmiddel. De bewijsvoering mag evenwel geen gegevens bevatten die ernstig afbreuk doen aan de begrijpelijkheid van de bewijsconstructie. Of dit ook leidt tot vernietiging van de bestreden uitspraak , hangt af van het belang dat de verdachte daarbij heeft. Als de bewezenverklaring – ook als het gebrek wordt weggedacht – zonder meer toereikend is gemotiveerd, kan vernietiging achterwege blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e07c2f4dae1069f177cff05e79d0d9c3835d048d5ea52ac92e0642ef48d6160. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e07c2f4dae1069f177cff05e79d0d9c3835d048d5ea52ac92e0642ef48d6160, en de alinea staat in dat document op bytes 65508 tot 66722.