Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:63.

8. Het EHRM heeft bij de uitspraak van 28 mei 2019 vastgesteld dat artikel 6, lid 1 en lid 3 onder c, EVRM is geschonden en dat het proces in z’n geheel beschouwd daardoor, bij gebrek aan argumenten voor het tegendeel, niet eerlijk is geweest. Het EHRM overweegt daartoe dat de veroordeling mede steunt op de bekentenis die de veroordeelde tijdens het gewraakte verhoor van 20 augustus 2009 heeft afgelegd, dat de veroordeelde bij aanvang van dit verhoor te kennen heeft gegeven dat hij tijdens dat verhoor de bijstand van een raadsman wenste, dat aan de veroordeelde die rechtsbijstand is onthouden (hem werd namelijk gezegd dat dat niet mogelijk was), en dat voor deze restrictie van het recht op rechtsbijstand tijdens het verhoor geen compelling reasons bestonden. Dat toentertijd in het Nederlandse strafprocesrecht niet was voorzien in een recht op rechtsbijstand tijdens het verhoor van volwassen verdachten is in elk geval niet zo’n compelling reason , aldus het EHRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d737486a4fd8403dd03fe20e23a139381fb18aa29ed44fd82900ed6b440711a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d737486a4fd8403dd03fe20e23a139381fb18aa29ed44fd82900ed6b440711a0, en de alinea staat in dat document op bytes 9156 tot 10218.