Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:63.

11. In twee andere zaken heeft de Hoge Raad met het oog op rechtsherstel als bedoeld in artikel 41 EVRM verwezen naar een gerechtshof. Dat is in de eerste plaats: HR 19 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2412, NJ 2019/281 ( […] ), na een conclusie van AG Knigge, waarin het EHRM een schending van artikel 6 EVRM had vastgesteld, te weten een schending van het aanwezigheidsrecht van de veroordeelde. En in de tweede plaats: HR 4 juni 2013, ECLI:NL:HR:CA1782, NJ 2013/333 ( […] ), na een conclusie van AG Machielse, waarin het EHRM een schending van artikel 6 EVRM had vastgesteld die hierin bestond dat de verdediging geen mogelijkheid had gehad tot een behoorlijke en effectieve ondervraging van een getuige wiens verklaring doorslaggevend ( decisive ) was voor het bewijs en die zich ter terechtzitting op zijn verschoningsrecht had beroepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d737486a4fd8403dd03fe20e23a139381fb18aa29ed44fd82900ed6b440711a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d737486a4fd8403dd03fe20e23a139381fb18aa29ed44fd82900ed6b440711a0, en de alinea staat in dat document op bytes 12732 tot 13757.