Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:63.

12. Hieruit (en uit de wetsgeschiedenis) maak ik het volgende op. Indien het EHRM een schending heeft vastgesteld van artikel 8 EVRM, hoeft die vaststelling op zichzelf niet mee te brengen dat de veroordeling niet kan worden gehandhaafd. Artikel 359a Sv laat immers de mogelijkheid open dat een dergelijke schending wordt gecompenseerd door strafvermindering of zelfs door de enkele constatering van die schending, waarin onder omstandigheden voldoende genoegdoening kan worden gevonden. Dergelijke gevallen lenen zich ervoor dat de Hoge Raad bij wijze van herziening en met het oog op rechtsherstel de veroordeelde tegemoetkomt door strafvermindering, zulks met instandhouding van de veroordeling voor het overige.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d737486a4fd8403dd03fe20e23a139381fb18aa29ed44fd82900ed6b440711a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d737486a4fd8403dd03fe20e23a139381fb18aa29ed44fd82900ed6b440711a0, en de alinea staat in dat document op bytes 13777 tot 14505.