Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:63.

13. Indien het EHRM een schending heeft vastgesteld van artikel 6 EVRM, ligt de vraag naar de wijze waarop het noodzakelijke rechtsherstel gestalte kan krijgen complexer. Bepaalde schendingen kunnen vrij evident niet anders worden hersteld dan door een nieuw proces, waartoe de verwijzing naar een gerechtshof noodzakelijk is. Dat is het geval wanneer het aanwezigheidsrecht is geschonden (zie hierboven) of wanneer het vereiste van een onpartijdige rechter is veronachtzaamd. Voor bijvoorbeeld een schending van artikel 6 EVRM wegens een overschrijding van de redelijke termijn ligt dat totaal anders. Een verwijzing naar een gerechtshof zou dat verzuim alleen maar kunnen verergeren. In dat geval ligt compensatie (bijvoorbeeld strafvermindering) door de Hoge Raad juist meer in de rede, althans wanneer het EHRM niet reeds zelf heeft voorzien in een financiële compensatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d737486a4fd8403dd03fe20e23a139381fb18aa29ed44fd82900ed6b440711a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d737486a4fd8403dd03fe20e23a139381fb18aa29ed44fd82900ed6b440711a0, en de alinea staat in dat document op bytes 14525 tot 15479.