Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:63.

16. Hiertegenover staat dat het EHRM in een dergelijk geval en zo ook nu, anders dan bij een door het EHRM vastgestelde schending van het ondervragingsrecht, géén oordeel heeft gegeven over de vraag of de bekentenis van de verdachte die met schending van het recht op rechtsbijstand is opgetekend doorslaggevend ( decisive ) was voor het bewijs. Die constatering laat ruimte voor wat in het Amerikaanse procesrecht een ‘ harmless error analysis ’ wordt genoemd. Bij zo’n analyse moet de Amerikaanse appelrechter beoordelen of de jury (in eerste aanleg) ook tot een veroordeling zou zijn gekomen ingeval het bewijsmiddel dat met de schending van een grondrecht tot stand is gekomen (bijvoorbeeld een afgedwongen bekentenis) wordt weggedacht. Indien het bijkomende bewijs naar het oordeel van de appelrechter een veroordeling rechtvaardigt, hoeft de appelrechter de door de jury uitgesproken veroordeling niet te vernietigen, aangezien het verzuim een harmless error betreft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d737486a4fd8403dd03fe20e23a139381fb18aa29ed44fd82900ed6b440711a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d737486a4fd8403dd03fe20e23a139381fb18aa29ed44fd82900ed6b440711a0, en de alinea staat in dat document op bytes 18160 tot 19256.