Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:63.

17. Een dergelijke toets zou de Hoge Raad eventueel ook kunnen aanleggen. Bewijsuitsluiting is immers vanwege de uitspraak van het EHRM een voor de hand liggende, althans mogelijke sanctie (ex artikel 359a Sv) op een schending van het recht op verhoorbijstand. Dan rijst de vraag: is het bewijs ook zonder de gewraakte bekentenis van de veroordeelde (in casu bewijsmiddel 1) toereikend? Als de Hoge Raad die vraag met de nodige behoedzaamheid bevestigend kan beantwoorden, kan de Hoge Raad de zaak met die constatering zelf afdoen. Daardoor komt de schending van het recht op een fair hearing in z’n geheel beschouwd mogelijk te vervallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d737486a4fd8403dd03fe20e23a139381fb18aa29ed44fd82900ed6b440711a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d737486a4fd8403dd03fe20e23a139381fb18aa29ed44fd82900ed6b440711a0, en de alinea staat in dat document op bytes 19276 tot 20029.