Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2020

Onder 1.28 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:638.

Het is in beginsel aan Werkneemster om te stellen en waar nodig te bewijzen dat er sprake is van schending van het verbod op seksuele intimidatie (…) Nu niet is gebleken van feiten die de stellingen van klaagster over intimidatie bevestigen, oordeelt de onderzoekscommissie dat klaagster er niet in is geslaagd feiten aan te voeren die kunnen doen vermoeden dat sprake is van seksuele intimidatie, dat wil zeggen gedrag dat met het geslacht van een persoon verband houdt en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast en dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e16cd337613025a0ce7afcd30f37efa8851665ff8d9816552fcd64e75c0e51b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e16cd337613025a0ce7afcd30f37efa8851665ff8d9816552fcd64e75c0e51b1, en de alinea staat in dat document op bytes 27132 tot 27857.