Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2020

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:649.

Onderdeel 1a richt een motiveringsklacht tegen het oordeel van het hof dat het betoog van Samruk feitelijke grondslag mist. Het onderdeel stelt dat het hof is uitgegaan van een onbegrijpelijke lezing van rov. 4.7 en 4.9 van het vonnis van de voorzieningenrechter en de door Samruk aangevoerde grief 13 met betrekking tot immuniteit van jurisdictie (memorie van grieven Samruk onder nr. 147-148). Het onderdeel betoogt dat de voorzieningenrechter heeft overwogen dat Kazachstan Samruk heeft opgericht met als doel om haar vermogen buiten de greep van schuldeisers van Kazachstan te houden (rov. 4.7), welke overweging dragend is voor het oordeel dat Samruk misbruik maakt van haar in beginsel bestaande bevoegdheid zich tegenover [verweerders] op haar juridische zelfstandigheid te beroepen (rov. 4.9). Tegen deze dragende overweging heeft Samruk de grief aangevoerd dat de voorzieningenrechter over de oprichting van Samruk geen oordeel mocht vellen, omdat ten aanzien van die oprichting immuniteit van jurisdictie geldt. Kazachstan heeft ter ondersteuning van dit betoog (in zijn memorie na voeging onder nr. 107) aangevoerd dat de vraag of sprake is van immuniteit van jurisdictie betrekking heeft op de wijze waarop Kazachstan Samruk heeft opgericht én ingericht, aldus het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd1af8aefbd5a6a18cb710d33dc17bc502420773019169716bddbe22bdb7144. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd1af8aefbd5a6a18cb710d33dc17bc502420773019169716bddbe22bdb7144, en de alinea staat in dat document op bytes 21937 tot 23287.