Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2020

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:649.

Onderdeel 2a is gericht tegen het oordeel in rov. 3.7 dat het betoog van Samruk, dat uitsluitend is gevoerd voor het geval Samruk met Kazachstan wordt vereenzelvigd, feitelijke grondslag mist, omdat de voorzieningenrechter Samruk en Kazachstan niet heeft vereenzelvigd. Het onderdeel klaagt dat dit oordeel onbegrijpelijk is, omdat Samruk haar beroep op immuniteit van executie niet heeft willen beperken tot het geval dat sprake is van vereenzelviging tussen Samruk en Kazachstan, maar ook geldt in alle andere gevallen dat het vermogen van Samruk, hoewel zij geen schuldenaar van [verweerders] is, in beginsel vatbaar is voor verhaal door [verweerders]

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd1af8aefbd5a6a18cb710d33dc17bc502420773019169716bddbe22bdb7144. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd1af8aefbd5a6a18cb710d33dc17bc502420773019169716bddbe22bdb7144, en de alinea staat in dat document op bytes 35310 tot 36025.