Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2020

Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:649.

In lijn met art. 19, onderdeel c, VN-Verdrag heeft de Hoge Raad voorts tot uitgangspunt genomen dat staatseigendommen niet kunnen worden uitgewonnen, tenzij en voor zover is vastgesteld dat deze een bestemming hebben die daarmee niet onverenigbaar is. Volgens de Hoge Raad strookt dit uitgangspunt met de op het respecteren van de soevereiniteit van vreemde staten gerichte strekking van de immuniteit van executie. Daarbij past ook dat vreemde staten niet gehouden zijn om gegevens aan te dragen waaruit volgt dat hun eigendommen een bestemming hebben die zich tegen beslag en executie verzet en dat de stelplicht en de bewijslast met betrekking tot de vatbaarheid voor beslag en executie rusten op de schuldeiser. Het is aan de schuldeiser om gegevens aan te dragen aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de goederen door de vreemde staat worden gebruikt of zijn bestemd voor, kort gezegd, andere dan publieke doeleinden. Voor ieder vermogensbestanddeel zal afzonderlijk moeten worden vastgesteld of dit het geval is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd1af8aefbd5a6a18cb710d33dc17bc502420773019169716bddbe22bdb7144. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd1af8aefbd5a6a18cb710d33dc17bc502420773019169716bddbe22bdb7144, en de alinea staat in dat document op bytes 41493 tot 42696.