Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2020
Onder 3.26 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:649.
Ik merk nog op dat, anders dan Kazachstan betoogt, uit de door het hof in rov. 3.7 veronderstelde vereenzelviging van Samruk en Kazachstan niet volgt dat het hof het commerciële doel van Samruk niet mocht betrekken bij zijn oordeel over de bestemming van de opbrengsten van de aandelen van Samruk in KMGK. Het hof is kennelijk ervan uitgegaan dat die opbrengsten, ook in de situatie dat het juridische onderscheid tussen Kazachstan en Samruk moet worden weggedacht, zullen worden aangewend voor commerciële activiteiten overeenkomstig het (directe) commerciële doel van Samruk. Deze veronderstelling is niet onbegrijpelijk. De aanname van Kazachstan dat middelen in de staatskas altijd een publieke bestemming hebben en immuun zijn voor executie, is bovendien onjuist. Hoewel gelden en tegoeden van vreemde staten in het algemeen worden geacht een publieke bestemming te hebben, is beslag en executie wel degelijk mogelijk indien degene die zich daarop wil verhalen, stelt en aannemelijk maakt dat (en in hoeverre) die gelden en tegoeden zijn bestemd voor andere dan publieke doeleinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd1af8aefbd5a6a18cb710d33dc17bc502420773019169716bddbe22bdb7144. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd1af8aefbd5a6a18cb710d33dc17bc502420773019169716bddbe22bdb7144, en de alinea staat in dat document op bytes 52082 tot 53249.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6dd1af8aefbd5a6a18cb710d33dc17bc502420773019169716bddbe22bdb7144 | shasum -a 256