Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020

Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:654.

72. De Hoge Raad heeft evenwel de teugels strak in de hand gehouden. Deze ontwikkeling is bevestigd in het arrest inzake de onbevoegde hulpofficier van justitie. De Hoge Raad heeft daarin een beslissingsschema geïntroduceerd, dat de feitenrechter weinig ruimte laat tot bewijsuitsluiting over te gaan. De rechtspraak die op dit arrest is gevolgd laat zien dat de Hoge Raad hoge eisen stelt aan de motivering van de beslissing tot toepassing van een rechtsgevolg als bedoeld in art. 359a Sv en aan de onderbouwing van daartoe strekkende verweren. De toetsing in cassatie in gevallen waarin de feitenrechter een rechtsgevolg aan een vormverzuim heeft verbonden is niet terughoudend. Dat lijkt in voorkomende gevallen ook te gelden voor de omgang met de feiten. Brinkhoff heeft de indruk dat het “haast onmogelijk (is) om een strafprocessuele sanctionering gehandhaafd te zien in cassatie”. Malsch concludeert dat de Hoge Raad het toepassingsgebied van art. 359a Sv dusdanig heeft ingeperkt, dat de rechter nog maar zelden gevolgen aan vormverzuimen verbindt. De enkele keer dat dat wel gebeurt, “komt het er bijna nooit doorheen bij de Hoge Raad”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512, en de alinea staat in dat document op bytes 88435 tot 89793.