Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020

Alinea 141 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:654.

97. Zowel wat de grondslagen die voor die beoordeling buiten het kader van art. 359a Sv betreft als wat de daarbij te hanteren maatstaven aangaat, is het de vraag of in de rechtspraak een eenduidige lijn wordt gekozen. In de hiervoor gegeven voorbeelden worden – niet altijd identieke – formuleringen gebruikt die benadrukken dat voor bewijsuitsluiting slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is. Daaruit volgt wel dat ook in geval van schending van beginselen van een behoorlijke procesorde bewijsuitsluiting aangewezen kan zijn. De ruimte die de Hoge Raad biedt kan met Borgers worden gekarakteriseerd als een “overdrukbeveiliging” voor gevallen waarin “het gebruik maken van het vergaarde materiaal in de weg staat aan een eerlijk proces of wanneer aan dat materiaal een dusdanig ernstige smet kleeft dat het gebruik ervan door de strafrechter zeer onbehoorlijk zou zijn.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512, en de alinea staat in dat document op bytes 116185 tot 117151.