Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020
Alinea 175 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:654.
129. Een andere vraag is of voor de feitenrechter daarnaast nog enige ruimte dient te bestaan om tot niet-ontvankelijkverklaring als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg te komen. Zijn er uitzonderlijke omstandigheden die rechtvaardigen dat het realiseren van de hoofddoelstellingen van de voorliggende strafzaak moet wijken vanwege de onrechtmatige gang van zaken die daaraan is voorafgegaan, ook als (uiteindelijk) het eerlijk proces van de verdachte niet onomkeerbaar is aangetast? Kuiper merkt op dat het bevorderen van normconform handelen van politie en justitie onder zeer bijzondere omstandigheden een niet-ontvankelijkverklaring kan dragen. Daarbij denkt hij in het bijzonder aan pogingen tot misleiding van de rechter, die funest zijn voor de basis van vertrouwen waarop de strafrechtspleging is gestoeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512, en de alinea staat in dat document op bytes 154227 tot 155120.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512 | shasum -a 256