Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020
Alinea 178 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:654.
132. Met het rechtsgevolg van niet-ontvankelijkheid als bedoeld in art. 359a Sv verliest het openbaar ministerie zijn vervolgingsrecht. De vraag rijst hoe het rechtsgevolg in het bredere verband van het stelsel van vervolgingsbeletselen is te plaatsen. Knigge beschouwt als gemeenschappelijk kenmerk van de vervolgingsbeletselen dat het openbaar ministerie slechts dan niet-ontvankelijk wordt verklaard als het instellen of voortzetten van de vervolging in strijd is met het recht. Knigge komt tot de slotsom dat de vraag die in het kader van de niet-ontvankelijkheid als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg gesteld moet worden niet primair is of het verzuim een ernstige inbreuk vormt op de beginselen van een behoorlijke procesorde, maar of het ondanks het verzuim instellen of voortzetten van de vervolging strijdt met fundamentele rechtsbeginselen. Die vervolging moet in strijd zijn met het recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512, en de alinea staat in dat document op bytes 156930 tot 157946.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512 | shasum -a 256