Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020
Alinea 183 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:654.
135. De Hoge Raad benadrukt in dit verband dat een schending van het in art. 8 EVRM gegarandeerde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet zonder meer een inbreuk oplevert op de in art. 6 EVRM vervatte waarborg van een eerlijk proces. Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat de schending van het recht op een eerlijk proces een bijzondere positie inneemt bij de beoordeling of bewijsuitsluiting in aanmerking komt. Dat is mede in het licht van de rechtspraak van het EHRM niet verrassend. Tegelijk sluit de Hoge Raad bewijsuitsluiting op andere gronden, in het bijzonder in geval van een aanzienlijke inbreuk op de in art. 8 EVRM gewaarborgde rechten, niet uit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512, en de alinea staat in dat document op bytes 161146 tot 162033.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512 | shasum -a 256