Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020
Alinea 189 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:654.
141. De tweedeling tussen gevallen waarin bewijsuitsluiting plaatsvindt ingeval het recht op een eerlijk proces in het geding is enerzijds en die waarin een ander belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden anderzijds tekende zich in eerdere rechtspraak al af. Er is veel te zeggen voor deze tweedeling. Die past ook bij hetgeen hiervoor is voorgesteld ten aanzien van de niet-ontvankelijkheid als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg. De bevoegdheid tot bewijsuitsluiting als reactie op een vormverzuim dat het recht op een eerlijk strafproces niet aantast, dient terughoudend te worden gebruikt. De speelruimte voor bewijsuitsluiting bij de tweede categorie is zeer beperkt. Het toetsingskader is strikt. Van de rechter die op deze grond tot bewijsuitsluiting komt, wordt ten aanzien van de motivering veel gevraagd. De rechtspraak na het ‘onbevoegde hulpofficier’-arrest toont aan hoe hoog de lat ligt. De feitenrechter is een beperkte bewegingsruimte gelaten om aan de hand van de omstandigheden van het geval tot een eigen afgewogen oordeel te komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512, en de alinea staat in dat document op bytes 167080 tot 168395.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512 | shasum -a 256