Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020
Alinea 218 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:654.
167. Het door de Commissie Moons voorgestelde eerste lid van art. 359a Sv hield onder meer in dat de rechtbank “ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte” aan vormverzuimen rechtsgevolgen kan verbinden. In de reactie van het openbaar ministerie op het rapport van de Commissie Moons werd erop gewezen dat de formulering op grond van art. 330 Sv een (met nietigheid bedreigde) responsieplicht zou meebrengen. Die reactie was voor de wetgever aanleiding – om systematische redenen - de zinsnede niet in art. 359a Sv op te nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512, en de alinea staat in dat document op bytes 194645 tot 195361.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512 | shasum -a 256