Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020

Alinea 320 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:654.

199. Voor zover het hof met deze overweging tot uitdrukking heeft willen brengen dat bij de zittingsrechter niet (meer) kan worden geklaagd over onrechtmatig geweldgebruik tijdens de toepassing van een vrijheidsbenemend dwangmiddel jegens de verdachte, omdat dergelijke klachten kunnen worden aangebracht in andere procedures, geldt dat deze opvatting getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Ik wijs in dit verband op HR 11 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY4828, NJ 2013/130 m.nt. Schalken. Het ging in deze zaak om een (door het hof vastgestelde) met disproportioneel geweld gepaard gaande aanhouding. De Hoge Raad overwoog onder meer dat “indien het Hof heeft geoordeeld dat het uitsluitend aan de korpsleiding en het openbaar ministerie is, en niet aan de rechter om op dergelijke onregelmatigheden met een sanctie te reageren, dat oordeel blijk [geeft] van een onjuiste rechtsopvatting”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512, en de alinea staat in dat document op bytes 248604 tot 249613.