Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020

Alinea 322 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:654.

201. Het hof overweegt ten slotte dat “op voorhand” niet is gebleken van een dermate flagrante schending van de rechten van de verdachte dat het sanctioneren van het politieoptreden ook “buiten het toepassingsbereik van artikel 359a Sv” aan de orde zou zijn. Nu het hof ter zake geen feiten heeft vastgesteld, ontbeert het oordeel dat “op voorhand” niet is gebleken van een flagrante schending van de rechten van de verdachte een in cassatie te toetsen fundament. Voor zover het hof daarmee heeft geoordeeld dat de gestelde vormverzuimen niet zijn begaan bij het voorbereidend onderzoek als bedoeld in art. 359a, eerste lid, Sv, getuigt dat oordeel hetzij van een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van de reikwijdte van dit begrip, hetzij is dit oordeel niet begrijpelijk. Daartoe wijs ik op het volgende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512, en de alinea staat in dat document op bytes 250842 tot 251675.