Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:654.

30. De ingrijpende voorgestelde herziening van de regeling krijgt gestalte door opsplitsing van het geregelde in art. 359a Sv in drie bepalingen, één per rechtsgevolg. De niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie wordt in het voorstel neergelegd in het hoofdstuk over de vervolgingsbeslissing, de bewijsuitsluiting in de titel inzake bewijs en de strafvermindering komt niet in het nieuwe wetboek terecht, maar wordt als wettelijke strafverminderingsgrond voorzien in art. 44b Sr. De bevoegdheid van de rechter om met constatering van het vormverzuim te volstaan, blijft daarnaast – zij het impliciet – behouden. De voorgestelde bepalingen luiden als volgt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512, en de alinea staat in dat document op bytes 37327 tot 38075.