Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020

Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:654.

50. Met art. 359a Sv heeft de wetgever in elk geval duidelijk gemaakt dat (i) onder omstandigheden grond bestaat aan een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek een rechtsgevolg in het strafproces te verbinden, en (ii) de wet hiertoe niet verplicht en de rechter dus een afweging zal moeten maken aan de hand van de factoren van het tweede lid. Bij de factoren gaat het onder meer om de ernst van het verzuim en het nadeel dat door het verzuim is veroorzaakt. Daarbij gaat het om gezichtspunten die nog geen eenduidig beeld van de grondslag van de toepassing van een rechtsgevolg opleveren. Dat beeld kan ook niet aan het werk van de Commissie Moons of de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet vormverzuimen worden ontleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512, en de alinea staat in dat document op bytes 61671 tot 62497.