Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020
Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:654.
57. Het preventieperspectief klinkt door in gronden voor bewijsuitsluiting die in het arrest inzake de onbevoegde hulpofficier worden genoemd. Daarmee heeft het in de rechtspraak een zekere erkenning gekregen, zij het slechts ten aanzien van een van de rechtsgevolgen van art. 359a Sv. Tegelijk roept dit perspectief ook vragen op. Het is gebaseerd op de veronderstelling dat sanctionering van vormverzuimen aan de toekomstige naleving van de regels in de opsporing daadwerkelijk een bijdrage kan leveren. Naar de vraag in hoeverre een sanctie additionele preventieve werking toekomt, zou evenwel nader onderzoek moeten worden gedaan. Een eerste vereiste lijkt dat het gesignaleerde verzuim aan de individuele opsporingsambtenaar wordt teruggekoppeld. Ook rijst de vraag of de strafrechter in de concrete strafzaak in de beste positie is om het benodigde toezicht te houden en of het houden van toezicht behoort te bestaan uit het verbinden van een van de in art. 359a Sv genoemde rechtsgevolgen aan het vormverzuim en, zo ja, welk rechtsgevolg. Deze vragen laten onverlet dat naar huidig recht het perspectief van preventie in elk geval in het kader van bewijsuitsluiting wordt erkend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512, en de alinea staat in dat document op bytes 67535 tot 68834.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31b581bb368fb52355f3c8d62c84a1a690b3f8808ddef7e0a94524b094165512 | shasum -a 256