Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2020

Alinea 201 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:655.

152. Uit dogmatisch oogpunt gaat het niettemin om een intrigerende categorie. Waar in de rechtspraak van de Hoge Raad over art. 359a Sv in de regel de bescherming van de subjectieve rechten van de in de strafzaak terechtstaande verdachte centraal wordt gesteld, staat dit belang bij de structurele vormverzuimen op de achtergrond. Toepassing komt slechts in aanmerking ingeval de rechter aannemelijk acht dat deze de beoogde normerende werking op de praktijk van opsporing en vervolging zal hebben. De grond heeft daarmee een meer algemene strekking, die de belangen van de verdachte in de individuele strafzaak overstijgt. Borgers en Kooijmans merken op dat de Hoge Raad de rechter terecht een instrument verschaft om in te grijpen als de integriteit van de strafvorderlijke overheid reeds vanwege het structurele karakter van bepaalde vormverzuimen op het spel staat. Kennelijk gaan zij ervan uit dat het waarborgen van integer overheidshandelen ook bij de derde bewijsuitsluitingsregel een rol speelt. In dit verband verdient wel opmerking dat de Hoge Raad bij de derde grond voor bewijsuitsluiting, anders dan bij de tweede, niet refereert aan de toepassing van bewijsuitsluiting als rechtsstatelijke waarborg en als middel om met de opsporing en vervolging belaste ambtenaren te weerhouden van onrechtmatig optreden. Toch lijken deze aspecten hierbij wel relevant. Dat blijkt alleen al uit het toetsingskader, waarin is opgenomen dat toepassing alleen in aanmerking komt indien aannemelijk is geworden dat bewijsuitsluiting “de beoogde normerende werking op de praktijk van opsporing en vervolging zal hebben”. Daarin is het preventieperspectief te herkennen. In zekere zin kan deze grond worden gezien als een compenserend element in de rechtspraak, waarin – zeer beperkte – ruimte wordt geboden voor bewijsuitsluiting zonder dat de subjectieve belangen van de verdachte centraal staan. Deze erkenning is niet alleen uit principieel oogpunt relevant.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98a9e73d4dbf9b130eadeda5e5d93a53c6f79a152d90c18afe1b80f9492aea9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98a9e73d4dbf9b130eadeda5e5d93a53c6f79a152d90c18afe1b80f9492aea9a, en de alinea staat in dat document op bytes 178961 tot 181003.