Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2020

Alinea 263 Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:655.

Van belang is voorts dat verdachte zich zowel ten overstaan van verbalisanten als ter terechtzitting in eerste aanleg heeft beroepen op zijn zwijgrecht. Ter terechtzitting in hoger beroep is hij zonder reden niet verschenen. Dergelijke keuzes komen hem rechtens toe. Daaruit valt niettemin af te leiden dat verdachte geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden en het kennelijk niet van belang vindt dat het hof zich een beeld kan vormen van zijn persoon en zijn intenties voor de toekomst. De raadsvrouw heeft weliswaar betoogd dat verdachte doende is zijn leven in meerdere opzichten beter te organiseren, maar vanwege het nagenoeg ontbreken van nadere bijzonderheden daarover en de reeds genoemde afwezigheid van verdachte ter terechtzitting om een en ander handen en voeten te geven, acht het hof hetgeen in dat verband naar voren is gebracht weinig overtuigend. Voorts is het zo dat het in dit verband door de raadsvrouw genoemde en hier van toepassing zijnde artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht niet met zich brengt dat de op te leggen straf om die reden gematigd zou moeten worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98a9e73d4dbf9b130eadeda5e5d93a53c6f79a152d90c18afe1b80f9492aea9a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98a9e73d4dbf9b130eadeda5e5d93a53c6f79a152d90c18afe1b80f9492aea9a, en de alinea staat in dat document op bytes 233279 tot 234392.