Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020
Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:672.
Incidenteel middel (ii) bestrijdt ’s Hofs verwerping van het beroep op het vertrouwensbeginsel. De Inspecteur heeft wel degelijk het vertrouwen gewekt dat hij de structuur zoals deze in 2006-2008 bestond, fiscaal accepteerde. In het traject van aanslagregeling en in de bezwaarfase is uitgebreid met de Belastingdienst over art. 10a Wet Vpb gesproken. De feitenrechters hadden niet zozeer moeten bezien of de Inspecteur een concrete toezegging had gedaan, maar veeleer of bij belanghebbende rechtens te honoreren vertrouwen is gewekt. Bovendien gaat het Hof er ten onrechte van uit dat de Inspecteur in de bezwaarfase geen vertrouwen zou kunnen wekken bij de belanghebbende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a, en de alinea staat in dat document op bytes 79934 tot 80674.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/372adb8d9aadae2b43f2e9689542cd59d335a5e92b46b6f32d7f2eeb708d0e8a | shasum -a 256